Leengoederen van de familie van Nispen

Leengoed van Claes van Nispen
Claes van Nispen die anno 1328 Schout en Drossart van de Stad en Lande van Breda was ontving in 1329 het leen bij de plaats Nispen, inclusief de schutterye of Schutgerigte van de dry dorpen' Woude, Nispen, en Rosendaal'
.

Kleinzoon Boudewijn van Nispen, verlijt met het voorsz leen den 3. July 1465. wiens erfgenamen het selve in den jare 1523. verkogt hebben aan den Grave van Nassau, soo als uyt de respectieve Extracten van het Leenboek van Bergen op Zoom.

Kleinzoon Ian van Nispen, vermelt anno 1389. Als wanneer Govert van Nispen, sijn oom ’t sijnen behoeve aan den Heer vander Lecke [Lees: Hertog Jan] opdraagt, de Schutterye van de drie dorpen Woude, Nispen, en Rosendaal.

Leengoed Wouter van Nispen
Wouter van Nispen, ontvangt van Hertog Ian van Brabant, anno 1331. om de goede diensten die hij en sijn vader Nicolaas hadden gedaan, een zekere Hoeven, omtrent Rosendaal., inclusief de vaart met de vaartkanten en Vaartgerichten ten Noorden Roosendaal.

Godert of Godevaert van Nispen, vermeld als oom van Jan Janszoon van Nispen verkoopt aan Graaf Jan van Nassau de vaart met de vaartkanten en Vaartgerichten tot Rosendaal, op 4 Mei 1448.

De verkoop van lenen en andere rechten had soms te maken met slecht financieel management, maar vaak ook met de expansiepolitiek van de Heer van Breda die oude leengoederen opkocht of terugkocht. De bovengenoemde lenen zijn allemaal terugverkocht aan een Leenheer.

Leengoed Adam van Nispen
Informatie over deze en andere lenen volgt . . .

.